B4133

Vierluik met iconografieën van de Moeder Gods

Regio: Rusland
Periode: 19e eeuw
Afmeting: 5.5 x 21 cm

Omschrijving

Een geëmailleerd, gegoten metalen vierluik gewijd aan de Moeder Gods, die de Opdracht van Maria in de tempel, de Geboorte van de Moeder Gods, het Ontslapen van de Moeder Gods, en Moeder Gods Vreugde aller Lijdenen afbeeldt. De ikoon is versierd met een bas-taille techniek, met vier verschillende kleuren in een vrij patroon.

Kleine gegoten vierluiken zijn zeer zeldzaam, vooral met iconografieën van de Moeder Gods. Deze reisikoon is gewijd aan de Moeder Gods en toont drie feestdagen die verband houden met het leven van de Moeder Gods en de icoon van de Moeder Gods Vreugde van allen die lijden.

Links zien we de Opdracht van Maria in de tempel. Wanneer Maria ongeveer drie jaar oud is, wordt ze door haar ouders naar de tempel gebracht. Zacharias neemt haar bij de hand en ze blijft negen jaar in de tempel. De bron voor deze iconografie is niet uit de vier evangeliën van het Nieuwe Testament, maar uit het Protoevangelium van Jakobus. De verteller van dit verhaal van Maria is Jakobus de Mindere, een van de zonen van Jozef en de stiefbroer van Christus. Jakobus wordt echter niet beschouwd als de auteur van het manuscript, aangezien wordt aangenomen dat het uit het midden van de 2e eeuw komt. De auteur is waarschijnlijk een onbekende christen uit Egypte of Syrië, vandaar de naam Protoevangelium. Hoewel het evangelie nooit deel uitmaakte van de canon van de christelijke kerken, was het een belangrijke bron voor het theologisch denken over Maria. Veel iconografieën van gebeurtenissen in het leven van de Moeder Gods zijn gebaseerd op deze verhalen.

Het tweede luik beeldt de Geboorte van de Moeder Gods af. Anna, de moeder van Maria, ligt in haar bed, terwijl Joachim, haar vader, naast haar zit. Linksonder wordt hun pasgeboren dochter voor het eerst gewassen.

Het derde luik is de ikoon van het Ontslapen van de Moeder Gods. Het verhaal van de Hemelvaart van de Maagd Maria, zoals het feest in de westerse christelijke traditie wordt genoemd, wordt beschreven in het 13e-eeuwse boek Legenda Aurea. Maria’s lichaam is omringd door apostelen en enkele van de vroege bisschoppen.  De apostelen Petrus en Paulus staan aan het hoofd en voeteneinde. Daarachter staat Christus, omringd door een mandorla die wordt vastgehouden door een cherubijn. Christus draagt ​​de ziel van Maria, afgebeeld als een klein kind, op zijn linkerarm. Dit benadrukt dat, hoewel de dood verdriet veroorzaakt bij de rouwenden die achterblijven, het ook het begin is van het eeuwige leven in de hemel.

De Moeder Gods Vreugde aller Lijdenen is te zien bij het vierde luik. Het is een van de meest geliefde iconografieën van Russische gelovigen. De Moeder Gods wordt in volle lengte afgebeeld, haar hoofd gekantelend naar mensen die door engelen worden verzameld en haar om hulp vragen. Boven de Moeder Gods verschijnt Christus als Hogepriester boven een wolkenband. Hij heeft zijn rechterhand opgestoken om te zegenen.