Ikoon in noordelijke stijl geschilderd, met centraal de verheerlijkte Christus. Hij is als God en als mens afgebeeld in een wit gewaad en omgeven door een stralende mandorla, op de top van de berg Tabor. Respectievelijk links en rechts naast Christus, op toppen van dezelfde berg, verschijnen de profeten Elia en Mozes met de stenen tafelen. Iconografisch interessant is dat Mozes opstaat vanuit zijn graf terwijl Elia uit de hemel komt. Beide profeten staan in eerbied voor Christus voorovergebogen. De discipelen Petrus, Johannes en Jakobus hebben zich, verblind door het licht, ter aarde geworpen. Vanuit de mandorla komt het goddelijk licht in drie stralen neer op de discipelen, ten teken van het feit dat zij de Triniteit mogen aanschouwen.